Definities



Groeimiddelen zijn producten ontwikkeld om gewassen te voeden of om de fysieke, chemische en biologische eigenschappen van de bodem te verbeteren. Ze omvatten meststoffen en bodemverbeteraars.

Meststoffen hebben als voornaamste functie nutriënten (primaire nutriënten, secundaire nutriënten en micronutriënten) te verschaffen aan gewassen. Ze zijn verkrijgbaar in vaste (korrels, poeder, tabletten), vloeibare of gasvorm.  Meststoffen die de plant voeden mogen niet worden verward met gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt om ze te beschermen tegen ziektes of parasieten en tegen de concurrentie met onkruid.

Minerale meststoffen worden geproduceerd op basis van (ondergronds) gewonnen mineralen (fosfor, kalium, bepaalde vormen van stikstof) of op basis van stikstof uit de lucht. Er zijn enkelvoudige en samengestelde minerale meststoffen. Enkelvoudige minerale meststoffen bevatten slechts één primaire nutriënt:
  • stikstofmeststoffen: ammoniumnitraten, ureum, stikstofoplossing ...
  • fosfaatmeststoffen: superfosfaat ...
  • kaliummeststoffen: kaliumchloride, kaliumsulfaat …
Samengestelde minerale meststoffen bevatten twee (binaire meststoffen) of drie (ternaire meststoffen) primaire nutriënten (N, P, K).

Organisch-minerale meststoffen bevatten zowel organische stoffen van plantaardige en/of dierlijke oorsprong als minerale groeistoffen. Ze moeten ten minste één procent organische stikstof bevatten en mogen geen organisch samengestelde stikstof bevatten.

Alle nutriënten in organische meststoffen zijn van dierlijke of plantaardige oorsprong. Het zijn onder meer ontlasting van dieren (mest, gier, drek, …) of industriële bijproducten zoals poeder van leer of hoorn, draf van bieten of wijn, algen, veekoek enz. Ze bevatten geen organisch samengestelde stikstof.

Bij meststof wordt het percentage van elk bestanddeel als volgt vermeld: NPK 7-5-6 betekent dat de meststof 7% stikstof (N) bevat, 5% fosfor (P2O5) en 6% kaliumoxide (K2O). Ze kunnen worden aangevuld met spoorelementen (borium, koper, ijzer, mangaan, molybdeen, zink ...) om specifieke tekorten aan te vullen.
 
Bron: Fertilizers Europe

Bodemverbeteraars verbeteren de fysieke, chemische en biologische eigenschappen van de bodem.

Basische minerale bodemverbeteraars moeten vooral de zuurtegraad van de bodem in stand houden of verhogen om een milieu te creëren dat gunstig is voor de plantengroei. Deze bodemverbeteraars worden onder meer gekenmerkt door hun neutraliserende waarde, hun gehalte aan CaO en MgO, hun oplosbaarheid. Bodemvruchtbaarheid heeft hoofdzakelijk te maken met een combinatie van mineralen en organische elementen, en met een juiste structuur voor een optimale uitwisseling van lucht en water. Je kunt de bodem op een rationele manier wijzigen door hem aan te vullen met kalk en magnesium om de bodemstructuur fysiek te verbeteren. Dat leidt tot een beter chemisch evenwicht, wat de bodembiologie ten goede komt. Door de zuurtegraad van de toplaag onder controle te brengen met behulp van de sterke base, kun je er ook voor zorgen dat de planten de elementen van de meststof beter opnemen.

Organische bodemverbeteraars zoals mest of compost helpen de fysieke en microbiologische eigenschappen van de bodem te verbeteren door de voorraad aan organisch materiaal in de bodem (humus) weer op peil te brengen.